Blijven kerken vrijgesteld van onroerende voorheffing bij een her- of nevenbestemming?

Een aanpassing van het kadastraal inkomen is geen aanleiding om de vrijstelling in vraag te stellen. Bij een her- of nevenbestemming moet wel gekeken worden in welke mate er nog aan de voorwaarden van de vrijstelling voldaan is. Het deel van het onroerend goed waarvoor men een vrijstelling wil bekomen, moet bestemd zijn voor het openbaar uitoefenen van een eredienst. Voor de andere delen kan geen vrijstelling gelden. Er mag ook geen winstoogmerk zijn op het deel waarvoor men de vrijstelling wil bekomen. (zie artikel 2.1.6.0.1, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit). Commentaarnummers 253/8, 253/9, 253/10 en 253/14 van het WIB 1992 gaan dieper in op het 'winstoogmerk' maar dit is de interpretatie van de FOD Financiën en de onroerende voorheffing wordt in Vlaanderen tegenwoordig geheven door de Vlaamse belastingsdienst.