U bent hier

Gebruik en opslag van objecten

Gebruik van objecten

Een deel van de voorwerpen in een kerkinterieur worden nog frequent gebruikt voor de eredienst of devotie. Voor een aantal van deze objecten, zoals kelken of kazuifels, is het manipuleren/vastnemen erg nefast voor hun bewaring. Indien het om kunsthistorisch waardevolle of fragiele stukken gaat, moet overwogen worden of het niet mogelijk is deze voorwerpen bij courant gebruik in de liturgie te vervangen door minder waardevolle exemplaren.

Kaarsen en bloemen kunnen schade toebrengen aan een meubel, beeld of schilderij. Toch bestaan ook hier mogelijkheden om risico's te beperken. Noveenkaarsen produceren bijvoorbeeld minder roet dan gewone kaarsen. Het voorzien van een afgesloten ruimte met afzuiging is ook een oplossing tegen roetsporen. Bloemen en planten dienen steeds op voldoende afstand van een kunstvoorwerp geplaatst te worden. Het begieten met water kan lelijke kringen nalaten, indien er geen waterdicht schaaltje onder de bloempot staat, met daaronder een stukje vilt om krassen te vermijden.

Opslag van objecten

Veel voorwerpen staan opgeslagen in sacristieën, in bergruimten, op doksalen enz. Vaak zijn de objecten slecht geschikt en staan de ruimten door plaatsgebrek overvol. Men kan beter het aantal bergruimten beperken en overbodig materiaal verwijderen. De stookruimte is door de grote temperatuurschommelingen zeker geen ideale opbergplaats. Een goede bergruimte is bovendien voldoende verlucht. Vergeet geen horren te plaatsen als de vensters worden opengezet.

Elk stuk dient te worden geïnventariseerd, indien nodig gereinigd, genummerd en per type object opgeslagen. Kleine objecten worden gerangschikt op legbordstellingen gebufferd met polythyleenvellen. Erg waardevolle objecten, zoals oude schilderijen en beelden, worden het best bewaard in een preciosakamer met een zo stabiel mogelijke temperatuur en vochtigheidsgraad en verwijderd van de vloer. Beelden worden met de rug naar de doorgang gedraaid om het afstoten van vingers en handen te vermijden.

Bij de reorganisatie kan tegelijkertijd werk gemaakt worden van beschermhoezen (in bvb. ongebleekt katoen) en van de ondersteuning van de zwakkere delen. Gewaden hangen op speciaal opgedikte kapstokken in individuele hoezen van baalkatoen. Meer waardevolle en fragiele textilia worden horizontaal bewaard. Wanneer verflagen loszitten of hout aangetast is door houtborende insecten, kan best raad ingewonnen worden van een deskundige.

Het belang van de reiniging en eventuele reorganisatie van de bergruimten om tot een betere bewaring van alle voorwerpen te komen, kan niet genoeg benadrukt worden. Dit vraagt een keer veel energie, maar het werpt voor lange tijd zijn vruchten af in functie van het behoud van het patrimonium.

Wat het opbergen betreft kunnen volgende punten al zeker in acht worden genomen:

  • In de grote ladekast (type sacristiekast) wordt het kostbaar textiel bewaard.
  • Maak gebruik van legplanken (leggers of kasten of maatkasten), waarbij de volledige hoogte van de ruimte benut kan worden. De onderste legger bevindt zich minstens op 15 cm van de vloer, zodat een stofzuiger er makkelijk onder kan. 
  • Voorzie een trapladder.
  • Zet kasten tegen de binnenmuur. Tegen een buitenmuur ontstaat er door condensatie makkelijker schimmelvorming in de kast. Indien er geen alternatief is voor de buitenmuur, laat dan wat afstand tussen de kast en de muur. Voorzie eveneens wat afstand tussen de kast en de zijdelingse muur. In deze hoek kan de trapladder worden weggeborgen!
  • Onderscheid decoratiemateriaal en religieus erfgoed, de erfgoedinventaris is hierbij een belangrijk document.
  • Zet gelijksoortige materialen bij elkaar.

Meer tips over het gebruik en de opslag van religieuze objecten kan u krijgen bij Monumentenwacht Vlaanderen vzw. Handige brochures zijn bv. Kerkelijk textiel behouden en bewaren en Schoon schip.