U bent hier

Onroerend Kerkelijk Erfgoed en het kerkelijk recht

In de Codex Iuris Canonici zijn onder meer volgende canons gewijd aan (het beheer van) onroerend kerkelijk erfgoed.

Gewijde plaatsen

  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1206: 'De wijding van een plaats komt toe aan de diocesane Bisschop of aan hen die rechtens met hem gelijkgesteld worden; dezen kunnen aan iedere Bisschop of, in uitzonderlijke gevallen, aan een priester de taak toevertrouwen om een wijding te verrichten in hun ambtsgebied.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1207: 'Gewijde plaatsen worden gezegend door de Ordinaris; de inzegening van kerken is nochtans voorbehouden aan de diocesane Bisschop; ieder van beiden kan echter een andere priester hiertoe delegeren.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1210: 'In een gewijde plaats mag alleen toegelaten worden wat dienstig is voor de uitoefening of de bevordering van de eredienst, de vroomheid en de godsdienst, en is verboden wat niet in overeenstemming is met de heiligheid van de plaats. Wel kan de Ordinaris in afzonderlijke gevallen een ander gebruik toestaan dat niet strijdig is met de heiligheid van de plaats.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1212: 'Gewijde plaatsen verliezen hun wijding of zegening als zij voor het grootste gedeelte verwoest zijn, of wanneer zij door een decreet van de bevoegde Ordinaris of in feite blijvend tot profaan gebruik teruggebracht zijn.'

Kerken

  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1216: 'Bij de bouw en het herstel van kerken dienen, met aanwending van het advies van deskundigen, de beginselen en de normen van de liturgie en de gewijde kunst in acht genomen te worden.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1217: § 1 'Als de bouw op de voorgeschreven wijze voltooid is, dient de nieuwe kerk zo spoedig mogelijk te worden ingewijd of ten minste ingezegend, met inachtneming van de wetten van de heilige liturgie.'
    § 2 'Kerken, vooral kathedralen en parochiekerken, dienen te worden ingewijd met een plechtige ritus.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1218: 'Iedere kerk dient haar titel te hebben die, na het voltrekken van de inwijding van de kerk, niet gewijzigd kan worden.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1220: § 1 'Allen die het aangaat, dienen ervoor te zorgen dat in de kerken de netheid en de waardigheid behouden worden die bij het huis van God passen, en dat er van verwijderd gehouden wordt wat niet strookt met de heiligheid van de plaats.'
    § 2 'Ter bescherming van heilige en kostbare goederen dienen de gewone zorgen voor hun behoud aangewend en de gepaste veiligheidsmaatregelen genomen te worden.'
  • Codex Iuris Canonici, boek IV, canon 1222: § 1 'Als een kerk op geen enkele wijze nog voor de goddelijke eredienst gebruikt kan worden en de mogelijkheid niet bestaat om ze te herstellen, kan zij door de diocesane Bisschop teruggebracht worden tot een profaan en niet onwaardig gebruik.'
    § 2 'Waar andere ernstige redenen het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt, kan de diocesane Bisschop, na de priesterraad gehoord te hebben, deze terugbrengen tot een profaan en niet onwaardig gebruik, met toestemming van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden, en mits het zieleheil er geen enkele schade door lijdt.'

Bron: Codex Iuris Canonici /Wetboek van Canoniek Recht, Brussel-Hilversum, 1983.