Orgels

Elk orgel is uniek. Naargelang de plaats en de periode waarin het werd gebouwd, verschillen bij orgels de klank, de technische aanleg, de muziek die er op tot klinken kan worden gebracht, de manier van bespelen, …. Zelfs binnen eenzelfde stijl zal men nooit twee identieke orgels vinden en treft men verschillen aan in het aantal en de soorten registers (klankkleuren die de organist kan mengen). Door de zogenaamde intonatie wordt een orgel bovendien in evenwicht gebracht met de akoestiek van de ruimte.

Doorheen de eeuwen gebeurde het geregeld dat oude orgels aan de nieuwe smaak werden aangepast, iets wat bijvoorbeeld ook in de architectuur gebeurde. Dit betekende vaak een ingrijpende verandering, meestal met wisselend succes.

Bij de restauratie van een orgel dat diverse verbouwingen heeft doorlopen, rijst dan ook vaak de vraag naar welke historische toestand dient te worden teruggegrepen. Deze vraag moet geval per geval bekeken worden en vergt een degelijk onderbouwde studie.

Kwaliteit van een instrument

De beoordeling van de waarde van een instrument kan vanuit verschillende invalshoeken gebeuren. De visuele waarde is voor een niet-orgelkenner het meest voor de hand liggende waardeoordeel. Het zichtbare deel wordt het front genoemd. Niet zelden is het front opgesmukt met fraai gesculpteerde beelden of houtsnijwerk waardoor het orgel mooi oogt in de ruimte. Maar een orgel heeft, zoals elk instrument, ook een auditieve waarde. Zo kan een orgel dat er niet meteen bijzonder uitziet, wel in staat zijn een waardevol klankbeeld te produceren dat representatief is voor een bepaalde stijlperiode. Wanneer in het orgel pijpwerk aanwezig is dat door zijn herkomst of door zijn zeldzaamheid een bijzondere documentaire betekenis heeft, krijgt het geheel ook een historische waarde. Wanneer het orgel volgens de regels van de kunst en met kwalitatief hoogstaande materialen is vervaardigd, kan men spreken van een ambachtelijke waarde.

Deze vier parameters kunnen los van elkaar of in combinatie voorkomen.

Onderhoud

Elk orgel vraagt om vakkundig onderhoud. Daar horen de jaarlijkse stembeurten en afregeling van de mechaniek bij. Zelfs wanneer een orgel in optimale omstandigheden wordt bewaard, zullen zich na een paar decennia door het opgestapelde stof en de normale slijtage, grotere werken aandienen. Hierbij worden de pijpen grondig gereinigd en alle onderdelen volledig nagekeken en waar nodig hersteld of vervangen.

Bij uitvoering van werken in de kerk is het aanbevolen om het orgel door deskundigen "in te kisten" om schade door vocht, stof en manuele of machinale beschadiging te vermijden.

Een orgel is bijzonder gevoelig aan grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Deze factoren hebben niet alleen impact op de juiste stemming van het instrument, maar kunnen in het ergste geval onherstelbare schade aanrichten wanneer barsten in de houten onderdelen ontstaan.

Beschermde orgels vragen een specifieke aanpak wat betreft beheer, onderhoud en restauratie. Het agentschap Onroerend Erfgoed schreef hierover een visietekst. Voor het beheer van of werkzaamheden aan een beschermd orgel bestaat er een erfgoedpremie. Dit kan enkel als de beheersmaatregelen, werken of diensten passen in het bestemmings- of herbestemmingsplan voor het gebouw waarin het orgel zich bevindt. Je moet ook aantonen dat het orgel op regelmatige basis wordt bespeeld. Hoe je dit kan aantonen lees je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herbestemming

Naast enkele instrumenten in concertzalen, treffen we orgels in ons land vooral in kerken aan. Wanneer een kerk herbestemd wordt, ontstaat ook de problematiek van de herbestemming van het orgel.

Een eerste mogelijkheid is het orgel in te passen in de nieuwe functie van het gebouw. Wanneer een kerk wordt omgebouwd tot bijvoorbeeld een ruimte voor culturele activiteiten, kan het orgel gehandhaafd blijven op zijn oorspronkelijk locatie en dienst blijven doen als concert- en/of lesinstrument. Wanneer de nieuwe situatie het gebruik van het orgel niet toelaat, kan overwogen worden het orgel te verplaatsen. Indien het over een beschermd instrument gaat, is uiteraard nauwe samenwerking met het agentschap Onroerend Erfgoed vereist. Hoe dan ook blijft het verplaatsen van een orgel een huzarenstukje dat met de nodige zorg en professionaliteit dient te gebeuren. Ook zal het orgel geherintoneerd moeten worden om het aan de akoestische omstandigheden van de nieuwe locatie aan te passen.
Van beide vormen van herbestemming zijn in ons land verschillende geslaagde voorbeelden te vinden. 

(Tekst: Stijn Hanssens)

(Foto CRKC: Monumentenwachters tijdens een infosessie o.l.v. Luc Lannoo)