Water

In zowat elk gebouw is water een geduchte vijand. Zeker in de buurt van erfgoedcollecties kan water ernstige schade aanrichten. Door de klimaatsverandering komen incidenten met wateroverlast steeds vaker voor. Toch is waterschade in veel gevallen eenvoudig te voorkomen.

Water kan op verschillende manieren een risico vormen:

  1. Water kan als een plotse, maar eerder zeldzame calamiteit opduiken die veel schade aanricht. Voorbeelden zijn een overstroming, of waterschade ten gevolge van bluswerken bij een brand.
  2. Wateroverlast kan ook als sporadisch incident voorkomen, zoals een gebroken waterleiding, een lek in het dak of aan de goten. Het lekkend water kan regenwater of leidingwater zijn. Erger is een lek in afvoerleidingen met vuil water of in de riolering.
  3. Water kan echter ook een sluimerend risico zijn dat pas laat ontdekt wordt. Opstijgend vocht, insijpelend water of condens in het gebouw of op de objecten kan vrijwel ongemerkt schade aanrichten.

Preventie

Je kan maatregelen nemen om waterschade zo veel mogelijk te voorkomen. Er zijn verschillende niveaus die de nodige aandacht behoeven.

1.      Het kerkgebouw en de omgeving

  • Hou het gebouw droog. Daar moeten het dak, de dakgoten en afvoerpijpen voor zorgen. Ze voeren regenwater zo snel mogelijk en op een veilige manier van het gebouw weg. Maar allerlei factoren kunnen het systeem beschadigen: Storm en hagel kunnen de dakbedekking beschadigen. Goten en afvoerpijpen kunnen verstopt raken. Door slijtage en ouderdom kunnen lekken ontstaan. Bij onnauwkeurige plaatsing blijft er soms regenwater op het dak of in de goten stilstaan, dat na verloop van tijd kan doorsijpelen in het gebouw. Bovendien zijn koperen afvoerpijpen dikwijls gegeerd bij dieven… Laat daarom het dak en de dakgoten regelmatig nakijken.  Historische kerkgebouwen kunnen hiervoor beroep doen op Monumentenwacht Vlaanderen. Doe dit in het bijzonder in de herfst, bij het vallen van de bladeren. Zorg tijdens de winter dat er zich geen sneeuw opstapelt op het dak.
  • Via Geoloket of de Watertoets kan je nagaan of de kerk in overstromingsgevoelig gebied ligt. Op basis van de gegevens kan je de kans op overstroming beter inschatten en hiermee rekening houden in je risicoanalyse.

2.      Binnen in het kerkgebouw

  • Voorkom vriestemperaturen in binnenruimtes waar waterleidingen lopen, of isoleer de waterleidingen voldoende.
  • Spoor koudebruggen op. Dit zijn plekken in de buitenschil van het gebouw die onvoldoende geïsoleerd zijn. Op deze plaatsen ontstaat makkelijk condens, wat kan leiden tot vochtproblemen. Bekijk of je deze koudebruggen kan verhelpen. Voorzie bij bestaande ramen eventueel een condensgootje dat het overtollige vocht naar buiten afvoert.
  • Het kan geen kwaad een draagbare dompelpomp te voorzien, voor het geval er water weggepompt moet worden.
  • Voorzie eventueel een waterdetectiesysteem. Deze systemen zijn vaak makkelijk te combineren met diefstal- of branddetectiesystemen. Heb aandacht voor een goede doormelding van een alarm, bv. via telefoon. Enkel een auditief alarm is niet zinvol als er niet permanent iemand aanwezig is in de kerk.

3.      Waar kostbare voorwerpen bewaren?

  • Kies indien mogelijk voor een ruimte waar geen waterleidingen lopen.
  • Blijf met erfgoedstukken uit de buurt van lavabo’s of spoelbakken.
  • Vermijd het stapelen van voorwerpen op de grond of tegen de muur, ook al is het maar tijdelijk. Gebruik bij voorkeur kasten die bovenaan gesloten zijn.

Hemelwaterafvoer

Het dak, dakgoten en afvoerpijpen moeten het kerkgebouw beschermen tegen regen. Ze voeren hemelwater zo snel mogelijk van het gebouw weg, zodat het water niet in aanraking komt met belangrijke constructieve delen van het gebouw, de buitenafwerking en het interieur. Het is dan ook van groot belang dat het afvoersysteem goed functioneert. Maar daken en goten zijn kwetsbaar! Allerlei factoren kunnen het systeem aantasten: Storm en hagel kunnen de dakbedekking beschadigen. Goten en afvoerpijpen kunnen verstopt raken. Door slijtage en ouderdom kunnen lekken ontstaan. Bij onnauwkeurige plaatsing blijft er soms regenwater op het dak of in de goten stilstaan, dat na verloop van tijd kan doorsijpelen in het gebouw. Bovendien zijn koperen afvoerpijpen dikwijls gegeerd bij dieven!

Wanneer dit soort schade ontdekt wordt, is het kwaad in vele gevallen al geschied. Een regelmatig nazicht van het dak en de dakgoten kan heel wat ellende voorkomen.

Detecteren

Waterproblemen zijn niet altijd even makkelijk te detecteren. Grote  watercalamiteiten zoals een overstroming of een breuk in de waterleiding waardoor de kelder onderloopt, zijn heel duidelijk. Daarbij kan je in het beste geval ook meteen ingrijpen. Sluimerende waterproblemen, zoals condensatie, of een klein lek in het dak, worden dikwijls pas laat ontdekt

Doe regelmatig een rondgang in het gebouw, zeker na een storm, hevige regenval of wanneer het dooit.

Volgende zaken kunnen wijzen op waterschade:

  • zoutuitbloei op steen, beton of baksteen of gips
  • plantengroei aan de buitenzijde van het gebouw, voornamelijk mossen en algen
  • algen en schimmels aan de binnenmuren
  • afschilferende verf
  • extreem koude muren of vloeren
  • druppels en vlekken op muren, vloeren en plafonds
  • sluiers op vloeren
  • extreme corrosie op een regenpijp en metalen onderdelen aan de buitenzijde van het gebouw
  • beweging van vloertegels
  • zichtbare schimmelgroei of rot, geur van vocht