U bent hier

Wetgeving betreffende het beheer van het religieus erfgoed

Het beheer van het religieus erfgoed in Vlaanderen wordt geregeld afhankelijk van de beheerder van dit erfgoed.

Parochiekerken

Parochiekerken worden beheerd door openbare instellingen met rechtspersoonlijkheid, met name de kerkfabriek en het centrale kerkbestuur. Voor kathedrale kerken wordt het beheer van het patrimonium gevoerd door de kathedrale kerkfabriek. Deze openbare instellingen zijn sinds 1 maart 2005 onderworpen aan het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten. Op 1 januari 2013 treedt een gewijzigd eredienstendecreet in werking. Meer over het eredienstendecreet.

Op 24 juni 2011 presenteerde Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur en Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois zijn conceptnota ‘Een toekomst voor de Vlaamse parochiekerk’, waarin een aantal concrete beleidsadviezen en beleidsopties met betrekking tot het beheer en de (re)valorisatie van de parochiekerk worden geformuleerd. Meer over de conceptnota 'Een toekomst voor de Vlaamse parochierkerk'.

Kloosters, abdijen en andere religieuze instituten

Kloosters, abdijen en andere religieuze instituten, evenals bisdommen en andere kerkelijke instellingen zijn doorgaans private instellingen. Ze hebben in de meeste gevallen een statuut van vereniging zonder winstoogmerk (v.z.w.) en vallen onder de vigerende vzw-wetgeving. In een aantal gevallen voert de Openbare Commissie voor Maatschappelijk Welzijn het beheer van een stuk religieus patrimonium. Op dit beheer is de OCMW-wetgeving van toepassing.